Ereleden

Ereleden

Op dit moment heeft U.P. zeven ereleden die zich inzetten voor de vereniging.


Prof. dr. C.J. de Blaey:
Cornelis (Kees) Jan de Blaey werd in 1943 geboren in het Zeeuwse Goes en bracht het grootste deel van zijn jeugd door in het aangrenzende dorpje Kloetinge. Hij deed in 1961 eindexamen gymnasium bèta en vertrok vervolgens naar Leiden om geneeskunde te studeren. Na een jaar werd de overstap gemaakt naar Farmacie, een keuze waar hij nooit spijt van heeft gehad. Hij was actief bij Aesculapius en een jaar Quaestor van het bestuur. Hij promoveerde in de Farmaceutische Technologie bij Prof Polderman op het comprimeren van tabletten en stapte toen langzaam maar zeker over naar de Biofarmacie. Daarvoor deed hij eerst een postdoc jaar onderzoek over oppervlaktechemie in de Verenigde Staten bij prof Zografi in Ann Arbor, Michigan, en Madison, Wisconsin. Dit werd afgerond bij het van ’t Hoff laboratorium in Utrecht. Terug in Leiden zette hij een onderzoekslijn op, op het grensvlak van Farmaceutische Technologie en Biofarmacie. Hij werd daar de eerste lector op dit gebied. In 1978 brak het Utrechtse tijdperk aan, waar hij benoemd werd tot gewoon hoogleraar Artsenijbereidkunde, Farmaceutische Technologie en Biofarmacie. In Utrecht was hij decaan van de toenmalige Faculteit Farmacie. In Leiden en Utrecht begeleidde hij 11 promovendi op hun weg naar het doctoraat. In 1983 greep hij de kans om meer maatschappelijk actief te zijn en werd hij wetenschappelijk secretaris van de KNMP in Den Haag en later algemeen en wetenschappelijk directeur van die organisatie. In die periode was hij ondermeer initiatiefnemer van de oprichting van het WINAp, het wetenschappelijk instituut van de Nederlandse Apothekers. In 1999 kwam hij parttime terug naar Utrecht als bijzonder hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg bij Farmacie. Hij gaf daar onderwijs op dit gebied en deed onderzoek wat leidde tot een tweetal promoties. In deze periode en ook al daarvoor was hij actief als bestuurder, ondermeer in schoolbesturen, de thuiszorg en de Diabetes Vereniging Nederland. In 2003 beëindigde hij zijn actieve farmaceutische leven.


Prof. dr. A. de Boer:
Professor de Boer is geboren op 22 november 1955. In 1974 is hij aan de Vrije Universiteit geneeskunde gaan studeren en in 1982 heeft hij deze studie afgerond. Vervolgens is hij assistent Interne Geneeskunde geworden in Leiderdorp en Utrecht. Na deze drie leerzame jaren is hij in de periode van 1985 tot 1990 onderzoeker geweest bij de afdeling Farmacologie van het Center for Bio-Pharmaceutical Sciences en center for Human Drug research in Leiden. In 1990 is hij gepromoveerd aan de Universiteit van Leiden. Doctor de Boer is vervolgens twee jaar werkzaam geweest in Leiden als universitair docent bij de afdeling Klinische Epidemiologie in het LUMC. Na die ervaringen opgedaan te hebben is doctor de Boer aan het werk gegaan in Utrecht, als universitair hoofddocent bij de sectie farmaco-epidemiologie en farmacotherapie aan de Faculteit Farmacie te Utrecht, deze functie heeft hij tot 2001 bekleedt. Vanaf 1996 is hij lid van het bestuur van het departement Farmaceutische Wetenschappen in Utrecht en heeft hij ook zitting genomen in verschillende commissies en colleges. In 2001 is hij hoogleraar farmacotherapie geworden en is hij tevens benoemd tot directeur van het opleidingsinstituut Farmacie te Utrecht. Bovendien is hij in 2007 hoofd geworden van het Departement Farmaceutische Wetenschappen waarna hij in 2008 zijn taken als opleidingsdirecteur heeft neergelegd. Alsof het allemaal nog niet genoeg is, is hij in 2004 benoemd tot "European Risk Management Specialised Expert" voor de EMEA. Daarnaast heeft professor de Boer zitting genomen in nog veel meer besturen, commissies en raden. De leden van onze vereniging zijn zeer verheugd dat professor de Boer sinds 16 november 2005 deel is van het eeuwenoude college van ereleden.


Prof. dr. D.J.A. Crommelin:
Prof. Crommelin is als apotheker afgestudeerd in Groningen in 1975, waarna hij bij prof. De Blaey promoveerde op het gebied van biofarmacie en fysische farmacie in Leiden. Daarna is hij in 1979/1980 aan de universiteit van Michigan gaan werken om uiteindelijk bij terugkeer naar de faculteit Farmacie in Utrecht te verhuizen. In 1984 volgde de benoeming tot hoogleraar in de biofarmacie. Voor zijn onderzoek ontving hij in 1995 de Maurice-Marie Janot award, in 1997 the International Award of the Belgian Society of Pharmaceutical Sciences en in 2002 the ‘D. Van Os Penning’ en de Saal van Zwanenberg Price. Verder kreeg hij een eredoctoraat van the Royal Danish Pharmaceutical University in Kopenhagen. Op dit moment is Prof. Crommelin Scientific Director van het Nederlandse Top Institute Pharma in Leiden. Ook is hij adjunct professor van het Department of Pharmaceutics and Pharmaceutical Chemistry van de Universiteit in Utah. Verder is Prof. Crommelin co-oprichter van OctoPlus, een in Leiden gevestigd bedrijf gespecialiseerd in de ontwikkeling van de formulering van farmaceutische producten en geavanceerde drug delivery systemen. Ook zit hij in het bestuur van de Farmaceutische Wetenschappen van the International Pharmaceutical Federation (F.I.P.). Bij oprichting van het Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (het UIPS) werd hij, naast gewoon hoogleraar, wetenschappelijk directeur van dit instituut. Op 9-11-1989 werd prof. Crommelin benoemd tot erelid van U.P.


Prof. dr. A.C.G. Egberts:
Toine Egberts werd op 23 juni 1965 te Tilburg geboren. Hij studeerde farmacie in Leiden en daarna in Groningen, alwaar hij in 1990 afstudeerde als apotheker. Tijdens zijn studententijd in Groningen was hij actief voor Pharmaciae Sacrum, o.a. als lid van het bestuur, de diescommissie, en de buitenlandexcursiecommissie. Tevens was hij voorzitter van het studentenoverleg farmacie (STOF). Na zijn Groningse tijd volgde hij de opleiding tot ziekenhuisapotheker in Tilburg en Delft. Daarna deed hij in Rotterdam een MSc Clinical Epidemiology, en werkte bij de stichting Lareb aan een onderzoek naar de bijwerkingen van antidepressiva, waarop hij in 1997 aan de Universiteit Utrecht promoveerde. Van 1997-2006 werkte hij als ziekenhuisapotheker in de Tilburgse ziekenhuizen met een speciale affiniteit voor de kwetsbare geriatrische patient en was hij tevens opleider ziekenhuisfarmacie. Hij combineerde zijn werk als ziekenhuisapotheker vanaf 2001 met een parttime functie als hoogleraar klinische farmacoepidemiologie bij het departement farmaceutische wetenschappen. Zijn onderzoeksinteresse betreft vooral de gebruikspatronen en (neven)effecten van centraal zenuwstelsel medicatie. Vanaf 2006 is hij hoofd van de apotheek van het UMC Utrecht en tevens hoogleraar klinische farmacie bij de medische faculteit.
Hij heeft veel lol in het begeleiden van studenten omdat zij gezichtsbepalend zijn voor de toekomst van de farmacie, en het verschil kunnen zijn voor de patient en zijn geneesmiddel.


Drs. J.J. Hantelmann:
In de jaren vijftig heeft Dhr. Hantelmann geologie gestudeerd aan de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Midden jaren '70 solliciteerde hij naar de baan van studiecoördinator / studieadviseur bij de studierichting Farmacie met destijds maar 400 studenten. Jonge mensen met hun niet aflatend enthousiasme hebben altijd zijn belangstelling gehad. In mei 1999 nam Dhr. Hantelmann afscheid van de Faculteit Farmacie wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Hierdoor kwam tijd vrij voor z'n hobby's. Een aantal maanden per jaar is hij niet in Nederland, maar vertoeft hij ergens in Frankrijk of elders. Desalniettemin blijft hij erg betrokken bij U.P. als erelid.


Prof. dr. L.H.M. Janssen:
Van 1962 tot 1968 studeerde prof. Janssen scheikunde aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen, waar hij in 1970 promoveerde. In 1975 is hij naar Utrecht gekomen om te werken binnen de faculteit farmacie. In 1984 volgde zijn benoeming tot hoogleraar farmaceutische chemie en farmacochemie. Van 1992 tot 1997 was prof. Janssen werkzaam als decaan binnen onze faculteit, waardoor hij meer betrokken raakte bij onderwijs en organisatie dan bij onderzoek. Binnen deze periode vond ook zijn benoeming plaats tot erelid van U.P. en wel in 1993. Het contact met studenten wordt door prof. Janssen zeer gewaardeerd en mede door dit erelidmaatschap verloopt dat gemakkelijker. Prof. Janssen is in januari 2007 met pensioen gegaan maar is nog steeds actief bij U.P. Nog steeds verschijnt zijn column in de UP to Date en gaat hij mee met de BUICIE.


Prof. dr. H.G.M. Leufkens:
H.G.M. (Bert) Leufkens is hoogleraar Farmacoepidemiologie en sinds 1998 hoofd van de Disciplinegroep Farmacoepidemiologie en Farmacotherapie. Hij heeft ook farmacie gestudeerd in Utrecht, waarna hij in 1981 naar Leiden vertrok ('achter Woerden'). Het jaar 1985 bracht hij grotendeels in het buitenland door als Fulbright Fellow verbonden aan de Graduate School for Social and Administrative Pharmacy in Minneapolis. Hier werd zijn interesse voor de epidemiologie, het werken met grote databestanden, gewekt en werd de basis gelegd voor zijn latere loopbaan in de Farmacoepidemiologie. In 2000 is hij door het toenmalige U.P.-bestuur gevraagd om erelid te worden. Van 2003 tot 2005 is hij bovendien Scientific Director geworden van UIPS, the Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences. Ook was hij in het collegejaar van 2006-2007 decaan van het Departement Farmaceutische Wetenschappen van de Bèta Faculteit in Utrecht. Sinds 2007 is hij ook voorzitter van de Dutch Medicines Evaluation Board (MEB). Naast dit alles is Prof. Leufkens ook een van de co-founders van de SIR Institute for Pharma Practice and Policy in Leiden en actief in verschillende (inter)nationale platformen over farmacoepidemiology, farmacovigilantie, weesgeneesmiddelen, farmapolicy en scenario planning. Studenten zijn de 'dragers' van de toekomst vindt hij. Dat betekent dat je ze moet uitdagen tot presteren, tot over de schutting te kijken, en tot veel spelvreugde op het 'veld' dat we farmacie noemen.